|
Artikel uit
"De Twentsche Courant Tubantia"
zaterdag 30 juni 2007 - door Wouter
Klootwijk (culinair journalist)
De ware mie is gewalst
- 'Het is nog wennen voor mensen dat het geen nestjes
zijn'
Tai
Ming mie is authentiek oosters. Het staat op de verpakking.
En authentiek Enschedees. Van der Moolen in Enschede maakt
de beste mie voor bami. Tai Ming is uitstekende
afhaalchineesmie. Maar hoe kan iemand van een mie beweren
dat hij de beste is? Dat kan helemaal niet. Het is
persoonlijke voorkeur. De mijne.
Je hebt thuismie en
afhaal die eender is aan die bij de Chinees binnen.
Thuismie van eigen kook gaat er mee door maar wil, naar
mijn stellige overtuiging, net niet tippen aan die van de
Chinees. Die is kloeker, guller, heeft een betere beet. Aan
de grondstof ligt het niet. Mie, pasta, wordt van
tarwebloem en/of tarwegries gemaakt. Er is verschil in
kwaliteit bloem en griesmeel, maar van precies dezelfde
kwaliteit grondstof maakt de ene fabrikant minder goede mie
dan de andere. Het ligt aan de machine.
De meeste pasta die
in Nederland gegeten wordt, komt van deeg (bloem met water)
dat met hydraulische persen met enorm geweld door stalen of
bronzen platen met gaatjes wordt geduwd. De vorm van het
gaatje bepaalt de vorm van de pasta. Mie voor de
thuiskokerij bestaat uit proppen. Je koopt een doos
nestjes. Nederlandse miefabrikanten hebben het zo bedacht
en omdat het altijd nestjes zijn, denken veel mensen dat
authentieke Aziatische mie er zo uitziet. Maar het is
gewoon door gaatjes geperste pasta.

De ware Chinese
eethuizenmie wordt niet geperst maar gewalst tot een dunne
lap deeg die in reepjes wordt gesneden en gedroogd. Dat is
de al meer dan duizend jaar oude manier van mie maken en
het hele geheim, het hele verschil. Ze doen het in
Enschede. De echte Hollands-Chinese bami, die royale
lekkere klassieke stevige mie waar generaties van studenten
en andere arme kamerbewoners zich mee in leven hielden,
komt vrijwel zeker bij Van der Moolen vandaan. Een
Nederlandse naam, maar de man die het bedrijf indertijd
opbouwde, was een Chinees.
|
|
|
|

Het begon met een
Chinees en zijn restaurant in Enschede. Vader en zoon.
Vader de kok, zoon de kelner. Ze kregen mie van
verschillende leveranciers maar de kwaliteit wisselde en
soms was er nergens goeie mie te vinden.
Begin jaren zestig,
vorige eeuw. De kelner deed zijn schort af en kocht een
mie-machine. Een walsje. Zo'n ding werkt als een ouderwetse
wringer voor de was. De ex-kelner maakte voor het eethuis
van zijn vader 50 kilo mie per dag. Dat werd meer en het
huis werd te klein. Van der Moolen werd in 40 jaar de
belangrijkste fabrikant en leverancier van mie aan Chinese
en Indonesische eethuizen.
Nu wordt dagelijks
10.000 kilo mie gewalst. Tai Ming is de merknaam en het is
misschien goed om er naar te vragen bij de Chinees. Want er
is een nieuwe generatie Chinese koks opgestaan die het niet
zo nauw neemt en geperste pasta uit Italië gebruikt
voor bami. Uit luiheid of noem het om de efficiëntie.
Als u bij een Chinees slierten bami krijgt voorgeschoteld
die ovaal zijn, in doorsnee, is dat geen gewalste mie maar
pasta door een gaatje geperst. Voordeel voor de kok: deze
pasta hoeft na het koken niet te worden gespoeld. Dat moet
gewalste mie wél om het zetmeel er af te spoelen. De
slierten zouden anders aan elkaar plakken. Maar gewalste
mie is veel beter van structuur, geeft een prettiger
mondgevoel (ja, ja, persoonlijk, weet ik).
Het is vreemd dat
gewalste mie met karrenvrachten naar de Chinese eethuizen
gaat maar niet in de winkel ligt. Ho, niet goed opgelet.
Doorfietsen naar een Super de Boer of een vestiging van
Jumbo, daar zijn pakjes Tai Ming mie te vinden. Al tien
jaar levert Van der Moolen mondjesmaat aan supermarkten. En
vrij plotseling, dit jaar, komen er supers bij die het
willen afnemen, zegt Peter van der Moolen. "Het is alleen
nog erg wennen voor de mensen", zegt hij, "dat het geen
nestjes zijn."
|